Veel Gestelde Vragen

Misvattingen

Het onderwerp spermadonatie was vrij lang een onderwerp waar door de wensouders en de donoren niet echt openlijk over gesproken werd. Door de opkomst van mondige donorkinderen die aandacht vroegen voor hun verhaal, ook mede mogelijk gemaakt door de opkomdende sociale media, komt daar nu verandering in. Er zijn wel vragen / opvattingen over de kant van de donor die niet altijd juist zijn. Hier een kleine collectie:

Donoren doen het alleen voor het geld

In Nederland krijgen sperma donoren alleen een (kleine) onkosten vergoeding. De meeste personen die sperma doneren doen dat vanuit een altruistisch oogpunt.

Alle donoren willen anoniem blijven

Iedereen is anders, er zijn donoren die liever geen contact willen met hun nakomelingen, ze zien het als een belangenloze goede daad, en hebben vaak een eigen famillie die geen weet heeft van hun donorschap. Ze deden het om te helpen. Er is een heel proces gaande waar donoren die destijds voor anoniemiteit gekozen hebben zich nu realiseren dat het naar het donorkind toe niet eerlijk is om die informatie achter te houden. Niet iedereen gaat daar in mee, er maar er is verandering zichtbaar over de jaren heen.

Darwin awards

Er zijn mensen die donoren betichten van het zoveel mogelijk nakomelingen willen hebben zonder enige verantwoordelijkheid. Voor de meeste donoren is dit beslist niet het doel. Ze willen graag mensen helpen. Wat ook aan de orde is, is hoe de spermabank omgaat met het beschikbare zaad. Een aantal decennia terug werd er veel minder precies bijgehouden (het was toch anoniem) hoeveel nakomelingen een donor had, en door schaarste van donorzaad werden donoren soms (veel) vaker ingezet dan de maximale waarde van 25 kinderen of 12 gezinnen. Er zijn nu ook situaties bekend waarbij een aantal doktoren ook hun eigen sperma hebben gebruikt.

Het grijze circuit

De meeste spermadonoren hebben via een vruchtbaarheidskliniek hun zaad gedoneerd, ze hebben de kliniek vertrouwd om het proces verantwoord uit te voeren. Via deze methode was er ook een goede medische begeleiding.

De afgelopen decennia zijn mensen op allerlei manieren op zoek gegaan om een kinderwens te vervullen. Zie hierover ook het artikel: Donoren: A, B, C….

Er zijn ook donoren die niet via een officiële spermabank hun diensten aanbieden. Dit zijn mannen die soms afgewezen zijn als donor bij een officiële spermabank. Er is op het internet een levendige uitwisseling tussen zoekenden en aanbieders van zaad.

In deze groep zitten vaak goedwillende personen die willen helpen, maar er zijn ook situaties waarbij sommige mannen niet weten waar ze moeten ophouden.

Recentelijk konden we lezen over een persoon die meer dan 500 nakomelingen had, verspreid over doneren bij meerdere klinieken en privé donaties via het internet.

Voor de meesten onder ons is dit verwerpelijk door het risico van inteelt en het onmogelijk kunnen onderhouden van betekenisvolle banden met half-broertjes en -zusjes.

Donoren A, B, C….

De A-donor = de anonieme donor

Tot 2004 mochten artsen sperma van donoren gebruiken zonder dat het kind of de wensouders konden achterhalen van wie het sperma afkomstig was. De donor van het sperma blijft, vanuit het gezichtspunt van het kind en de wensouders, anoniem.

Een kind dat uit een behandeling met donorsperma is geboren, kan op den duur toch een verlangen hebben om te weten van wie zij/hij afstamt. Maar moet dan wel moeite doen om erachter te komen wie de donor was. En soms lukt de zoektocht niet of kost het jaren zoeken.

Daarom bepleiten wij dat alle donoren, die in het verleden anoniem hebben gedoneerd, zich vindbaar maken. Bijvoorbeeld door zich aan te melden bij FIOM, die heeft een DNA databank.

Zie ook: https://www.donorconceptie.nl/donoren/donor-zijn/ik-ben-een-anonieme-donor

De B-donor = de donor wordt bekend (vanaf het 16e levensjaar van donorkind)

Vanaf juni 2004 werden alle klinieken door wetgeving gedwongen te stoppen met anonieme donoren en zijn alle donoren van daarna dus eigenlijk B-donoren. Sommige donoren van voor 2004 hadden afspraken gemaakt met de kliniek. Zo wilde bijvoorbeeld de fertiliteitskliniek van het Diaconessenhuis in Voorburg al vanaf eind jaren 90 geen anonieme donoren meer aannemen.

Is een nakomeling op zoek naar de donor, dan is de eerste stap om een aanvraag in te dienen bij de Stichting Donorgegevens Kunstmatige Bevruchting (SDKB). Bij een match wordt er meestal een ontmoeting georganiseerd door FIOM, een onafhankelijke organisatie.

Zie ook: https://www.donorconceptie.nl/donoren/donor-worden/donor-worden-bij-een-kliniek

Overigens geldt op dit moment nog, dat donoren, die voor juni 2004 hebben gedoneerd, bij elke nakomeling opnieuw toestemming moeten geven voor verder contact. Uiteraard vinden wij dat als je ooit A hebt gezegd, nu ook B moet zeggen. Helaas denken sommige donoren daar nu anders over. En heeft dat geleid tot verschillende rechtszaken, die nogal eens zijn gewonnen door de donorkinderen. De donor moest zich in deze gevallen toch bekend maken omdat de rechter oordeelde dat het belang van het kind groter was dan dat van de donor. 

De C-donor = donor was bekend bij de moeder voor de bevruchting

De C-donor heeft al contact gehad met de wensouders. Die contacten ontstonden op allerlei manieren: uit de eigen persoonlijke kring, via internet, enz. Ook het COC is in de jaren negentig begonnen met een groep “Meer dan gewenst”. Bij hen worden kennismakingsbijeenkomsten georganiseerd zodat vrouwen- en mannenstellen of –singles een eigen manier vinden om met elkaar nageslacht te krijgen.

Omdat de afstamming van het kind vanaf het begin duidelijk is, houdt Priamos zich op dit moment niet zo bezig met deze groep. Wij richten ons eerst en vooral op het bekend worden van de donoren uit de A en B-groep.

Meer weten of suggesties ?