Onlangs heeft MCK (Medisch Centrum Kinderwens, te Leiderdorp) een rapport online geplaatst over hun voormalige medewerker Henk Streefkerk. Hij heeft gedoneerd in de periode 1979-1984, misschien daarna ook nog.
Het lijkt een mooi gebaar waarmee MCK nu probeert schoon schip te maken, maar onze ervaringen met MCK (o.a. grove overschrijding van het toegestane aantal donorkinderen per donor) én de manier waarop getroffen donoren nu worden benaderd, maken ons voorzichtig om nog positief te reageren.
Vanuit de getroffen donorkinderen krijgen wij kritisch commentaar over de wijze waarop wordt omgegaan met de afwijking DFNA9, die door Henk is doorgegeven aan de helft van zijn nakomelingen.
Priamos is van mening dat de rol van de donorvader niet ophoudt na het doneren van sperma. Voor een donorkind kan het belangrijk zijn om de biologische vader te leren kennen om daarmee de eigen identiteit vorm te kunnen geven. Daarnaast is kennis over erfelijke eigenschappen belangrijk voor het donorkind. Een donor behoort de fertiliteitskliniek (of diens opvolger) onmiddellijk in te lichten op het moment dat er een erfelijke aandoening bij hem wordt geconstateerd.
Alle donoren moeten zich volgens Priamos bereikbaar maken voor hun nakomelingen. Dat kan door zich te laten registreren bij het CDKB (zie: www.donorgegevens.nl) en via de KID-DNA Databank van Fiom (zie: http://www.fiom.nl). Ook het laten opnemen van DNA in grote internationale commerciële databanken vinden wij raadzaam.
Zie ook het 4-stappenplan van anoniem naar bekend | Priamos
Wij pleiten ervoor om altijd een DNA-check te doen, ook nadat er al een administratieve match door de kliniek (via CDKB en Fiom) tussen de donor en het donorkind is gemaakt. Een tweede controle voorkomt twijfel achteraf. Helaas is het ook al eens gebeurd dat de verkeerde mensen aan elkaar werden gekoppeld op grond van de (gebrekkige) administratie van een kliniek.

0 Comments