De mythe: doordat moeders een tweede kind willen hebben donoren meer dan 38 kinderen

by | apr 27, 2025 | Opinie | 2 comments

1. Uitleg in algemene bewoording:

Een gezin heeft gemiddeld 2 kinderen. Dan dan mag je maximaal 12 moeders behandelen om gemiddeld op 24 kinderen uit te komen. En met dit beleid is de kans op meer dan 38 kinderen 1 op een miljoen. Deze zeer kleine kans correspondeert niet met de vele donoren met veel meer dan 25 kinderen. Dit is alleen te verklaren als er beleidsmatig meer dan 12 moeders behandeld zijn. Het excuus dat er gezinnen zijn die toch een tweede kind willen is een argument dat door de statistiek naar het rijk der fabelen wordt verwezen.

2. Wetenschappelijke uitleg:

In de uitleg bij 1 wordt de gezinsgrootte afgerond op 2 kinderen. Volgens het CBS waren er gemiddeld 1,72 kinderen per gezin in 2023. Zie hiervoor de eerste bijlage. Dit geeft een meer precieze berekening zoals onderstaand, maar alle conclusies blijven identiek als bij uitleg 1.

Volgens de CBS-bevolkingsstatistiek waren er in 2023:

2645269 gezinnen met kinderen waarvan:

    1146643 gezinnen met 1 kind;

    1081843 gezinnen met 2 kinderen;

    416783 gezinnen met 3 of meer kinderen. Er wordt met 3 kinderen gerekend!

Dan is de gemiddelde grootte van een gezin met kinderen:

(1146643*1 + 1081843*2 + 416783*3)/2645269 = 1,72 kinderen.

En dan is de standaard deviatie van de gezinsgrootte:

√{  [1146643*(1-1,72)2 + 1081843*(2-1,72)2 + 416783*(3-1,72)2]  /2645269} = 0,72.

Voor de nakomelingengroep van een enkele donor geldt dan:

Om op 25 nakomelingen uit te komen mag een fertiliteitscentrum 25/1,72 = 14,5 moeders behandelen. Omdat halve moeders niet bestaan wordt 14,5 afgerond naar 14. Met 14 moeders is het aantal nakomelingen: 14*1,72=24,08 kinderen. Als er 14 moeders behandeld worden met een donor dan is de standaard deviatie van de donor nakomelingen groepsgrootte: 0,72 * √(14) = 2,69.

Hier is de statistische “centrale limietstelling” gebruikt.

En dan nu de klap op de vuurpijl:

Dan is de kans dat een donor meer dan 38 kinderen krijgt:

Statistiek van de normale verdeling: Z = (38-24,08) / 2,69 = 5,17

          Kans: 0,000 000 287.

Zie hiervoor in de tweede bijlage de kansen van de normale verdeling.

Om gevoel te krijgen voor deze kleine kans hieronder wat voorbeelden van kleine kansen

Kans om door de bliksem geraakt te worden:    0,000 005 5.

Kans op een olympische gouden medaille:        0,000 001 5.

*40 Things That Are More Likely to Happen Than Winning the Lottery by Ben Kageyama

Bron (1) – gezinsgrootte volgens het Centraal Bureau van de Statistiek – CBS

Bron (2): De standaard normale verdeling en de kans op een waarneming Z

Meer berichten

Priamos in het Nieuws

In het eerste kwartaal van 2026 was er veel roering in het domein van (zaad)donorconceptie. Met name rondom bepaalde Nederlandse klinieken. Diverse media berichten over de misstanden en bevroegen politiek en regering. Naast bestuur van Stichting Donorkind vertelden...

Boekrecensie: Schepsel

In 57 korte hoofdstukken neemt Patty van der Zee de lezer mee in de zoektocht naar haar biologisch verleden en de hiermee gepaard gaande vragen, twijfels en keuzes. Ze is 43 jaar oud als ze van haar ouders hoort dat ze met hulp van een donor verwekt is. Pap neemt het...

2 Comments

  1. Menno Hofman

    Soms worden alle donoren met meer dan 25 kinderen als massadonor gezien, de kans daarop lijkt me wel een stuk groter. Zeker bij het oude beleid van 15 moeders.
    Overigens was het maximum toen een richtlijn, waarbij ik me goed kan voorstellen dat je dan om gebruik te kunnen maken van dezelfde donor, er soms wat boven uitkomt.
    Een andere interesante statistische vraag: hoe zou het zitten met de interesse van donorkinderen wat betreft contact? Hoe groot zou daarbij de variatie zijn? Al is die voorlopig niet te beantwoorden, want ook al zouden we de gemiddelde interesse weten, dan nog weten we nog niet in hoeverre de (des)interesse erfelijk is.

    Reply
    • Bert Wagenaar

      Statistiek naar contactwens van donorkinderen met de donor.

      1. In een studie van Blyth worden 2 onderzoeken aangehaald waarbij 22% en 27% van de kinderen de donor wil ontmoeten.
      2. In een studie van Nelson staat dat 84% van de kinderen de donor wil ontmoeten.
      3. Hertz rapporteert dat 38% van de kinderen een dochter/zoon relatie wil hebben met de donor.

      Onderzoekvraag: hoeveel contact hebben kinderen met hun ouders.
      In een onderzoek van Deane staat vermeld dat gemiddeld gezien kinderen 24 contactmomenten hebben per jaar met hun ouders.

      Geraadpleegde literatuur
      E. Blyth et al.; Donor-conceived people’s views and experiences of their genetic origins: A critical analysis of the research evidence; J.Law Med.; 2012, Vol. 19, pages 769-789.
      M.K. Nelson et al.; Making sense of donors and donor siblings: a comparison of the perceptions of donor-conceived offspring in lesbian-parent and heterosexual-parent families. Visions of the 21st century family: transforming structures and identities contemporary perspectives in family research, 2013, Vol. 7, pages 1-42.
      R. Hertz et al. Facts Views Vis Obgyn, 2015, vol. 7, p. 91-100; tabel III.
      G. Deane et al. J.Ger.Soc.Sci, 2016, vol. 71, p. 344-357; table 1.

      Mvg, Bert Wagenaar.

      Reply

Leave a Reply to Bert Wagenaar Reactie annuleren

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *