De feestelijke lancering van de 10-delige podcastserie [Wens]ouders, de 10e verjaardag van “De Dag van het Donorkind” en de presentatie van het allereerste jaarverslag van Stichting Donorkind. Er viel vanmiddag genoeg te vieren binnen in de Fiom-locatie Houten.
Vrijwel alle geledingen binnen het domein ‘Donorconceptie’ waren vertegenwoordigd bij deze bijzondere bijeenkomst. Donor(klein)kinderen (van alle leeftijden), donoren – Priamos met vier kerngroepleden –, wensmoeders, terugtredend directeur Fiom, bestuursleden Cdkb, bestuur St. Donorkind, partners van hen allen, journalisten, en niet in de laatste plaats: wetenschappers.
Want het is actueel. Gaat de politiek eindelijk gehoor geven aan de al jaren geuite wens naar een onafhankelijk onderzoek omtrent misstanden bij donorconceptie in Nederland? Zelfs de afgelopen week openbaarde zich aflevering nummertje zoveel in deze ‘dramaserie’.
Organisatoren Ester & Eefje (wereldberoemd van podcast “De Kwak Kwaakt’) vroegen Lisette ten Haaf en Adriejan van Veen om deze middag hun observaties over donorconceptie met het publiek te delen.
Historisch onderzoek
Van Veen, universitair docent (UD) Politieke Geschiedenis aan de Radboud Universiteit Nijmegen, doet momenteel zelf een historisch onderzoek naar de geschiedenis van donorconceptie in Nederland. Hij is zelf ook donorkind. Van Veen heeft het afgelopen jaar meer dan eens de publiciteit gezocht om te pleiten voor een onafhankelijk inventarisatie van de reeds bekende – maar wellicht ook nog onbekende – wantoestanden.
Hij opende met complimenten voor Ester en Eefje voor “een meerstemmig mozaïek van verhalen van ouders. Meerstemmig is, denk ik, ook de manier waarop je het gesprek over donorconceptie moét voeren, of dat nou in podcasts is, in de media, of in wetenschappelijk onderzoek. Donorconceptie gaat immers over de meest wezenlijke zaken van mens-zijn: over afkomst, identiteit, ouderschap, kind zijn, voortplanting, en sociale relaties. Je moet daarom nooit alleen óver donorconceptie spreken en schrijven, maar altijd mét de mensen die het direct aangaat: donorkinderen, ouders, donoren, hun verwanten, en uiteindelijk ook andere partijen zoals artsen en counselors.”
Tijdgeest
Meer dan eens hoorden we Van Veen de afgelopen periode over het begrip ‘tijdgeest’. “Die tijdgeest is een verraderlijk begrip. Het wordt veel misbruikt. Journalist Christel Don schreef hier vorige week in NRC een heel goed stuk over. Beleidsmakers, maar ook rechters en andere gezagsdragers gebruiken het begrip ‘tijdgeest’ nogal eens om misstanden en de verantwoordelijkheid daarvoor weg te wuiven.”
“De tijdgeest is geen excuus, maar tegelijk kan je ook niet om de tijdgeest heen als je het verleden wilt onderzoeken, of dat nou in een podcast of een wetenschappelijk artikel is.
En hoewel we best mogen oordelen over de geschiedenis, en over historisch onrecht, pleit dit besef van een tijdgeest, denk ik, ook voor een bepaalde nederigheid of vergevingsgezindheid, misschien. Als ik alleen al bij mezelf kijk hoe vaak ik mijn mening over aspecten van donorconceptie heb moeten bijstellen sinds ik me er echt in verdiep, dan toont dat ik ook bepaalde onbewuste, tijdgebonden normen met me meedraag.”
Kritisch en meebuigen
“Ik werd ook getroffen door een opmerking laatst van Ester en Eefje in De Kwak Kwaakt, over de aanbeveling, nu, van het bekende donorschap. Ook dát is een product van de tijdgeest en van bepaalde idealen, en ook daarvan zullen we wellicht ooit zeggen: ‘Er zitten ook nadelen aan.’ Want de tijdgeest staat nooit stil, en hindsight is 20/20.”
“Maar juist daarom is het belangrijk om ons bewust te zijn van de veranderlijke tijdgeest, ons er kritisch toe te verhouden, en soms mee te buigen met de tijdgeest. En daarvoor is het nodig om verhalen op te halen, verhalen over vroeger, en daarop te reflecteren vanuit het heden. Dat is precies wat deze podcast doet.”
Vanuit het juridisch perspectief sprak Lisette ten Haaf ( Universitair Docent Rechtstheorie / Recht Biotechnologie en Voortplanting aan de Universiteit Utrecht) met name in op de taak/rol van de overheid – meer precies de wetgever.
Want, zo vertelde zij: “Donorconceptie werd lang gezien als een medisch-technische handeling: een eenvoudige interventie om iets mogelijk te maken wat vanwege een medische oorzaak niet vanzelf ging: een kind verwekken. De commissie Kremer (Rijnstate rapport) wijst erop dat donorconceptie echter ‘een levenslang relationeel en existentieel vraagstuk is dat doorwerkt tot ver buiten de muren van het ziekenhuis’.
Existentieel
“De medisch-technische benadering van donorconceptie wordt versterkt door de aanpak van de wetgever. Zoals bij veel biomedische kwesties, die onvermijdelijk vele ethische en existentiële vragen oproepen (denk aan euthanasie, abortus, toegang tot vruchtbaarheidsbehandelingen), regelt de wetgever vooral de procedures rondom deze thema’s, zonder daarbij zich expliciet uit te laten over de rechten die deze procedures moeten beschermen. Ook hiermee wordt zo’n complex, multidimensionaal vraagstuk gereduceerd tot een procedure, waarbij de vraag wat we verschuldigd zijn aan onze (toekomstige) medemens, en het antwoord daarop, impliciet blijft.”
Vergunningensysteem
Ten Haaf pleit nadrukkelijk voor een actievere wetgever: “
Mijns inziens mag de overheid dus best wel meer het voortouw nemen als het gaat om donorconceptie. Uiteindelijk draait het om de vraag wat zijn wij (als arts, wensouders maar ook als maatschappij) onze toekomstige medemens verschuldigd.
De overheid zou door middel van een vergunningensysteem inhoudelijke voorwaarden kunnen stellen voor klinieken, zoals geen buitenlands zaad. De overheid zou ook een register kunnen opstellen voor donoren die zich via de informele weg aanbieden; daarmee beperk je niet de rechten van de betrokkenen op voortplanting, maar je faciliteert wel dat alle betrokkenen goed overwogen keuzes kunnen maken en de belangen van de kinderen daadwerkelijk kunnen behartigen.
Jaarverslag
En als jurist weet ik dat geen enkel juridische wetgeving waterdicht is. Maar een leidende rol van de wetgever draagt ook uit dat de overheid de impact van donorconceptie op alle betrokkenen, en in het bijzonder de kinderen, erkent. Hiermee kunnen de rechten van die donorkinderen geëxpliciteerd en benadrukt worden.”
Voordat iedereen, voorzien van een (gezond) hapje en drankje, met elkaar in gesprek ging, was er nog één officieel moment. De overhandiging van het eerste jaarverslag (2025 – niet geheel toevallig het 18e jaar na de oprichting) van Stichting Donorkind aan voorzitter Ties van der Meer. Eén van de halfzussen van Ester zag voor haar de vrijwillige taak om met de kleurige en overzichtelijke brochure aan de slag te gaan.


0 Comments