Gistermiddag laat heeft de Belgische ministerraad ingestemd met het voorstel om de verplichte anonimiteit voor spermadonoren af te schaffen. Dit betekent dat donorkinderen – desgewenst – in de toekomst de identiteit van hun donor kunnen vinden. Dat is een goede stap in de goede richting; vooral ook omdat het verschil tussen de regelgeving in ons land en in die van onze zuiderburen nogal wat ‘fertiliteitstoerisme’ teweeg bracht. Waarschijnlijk heeft het schandaal van mei 2025 de politici over de streep getrokken. Toen bleek dat een donor met een genafwijking in meerdere Europese landen donorkinderen had verwekt.
Het was destijds een vreselijk nieuwsbericht maar het lijkt er nu wel op dat politiek en bestuur in Europa zijn wakker geschud. Priamos pleit al jaren om wetgeving over donorconceptie landoverkoepelend te regelen. Europa op zijn minst, maar liever nog mondiaal.
Net zoals het nu in Nederland is geregeld mogen donorkinderen in de toekomst vanaf 12 jaar algemene gegevens opvragen. Vier jaar later hebben ze toegang tot de meer identificeerbare informatie.
Ministers
Schijnbaar zijn de Belgische ministers Frank Vandenbroucke (Volksgezondheid) en Annelies Verlinden (Justitie) ook opgeschrikt door het incident van vorig jaar.
‘Heel wat donorkinderen zitten met vragen over hun afkomst en ze hebben recht op een antwoord. Weten van wie je afstamt, is een mensenrecht’, aldus de bewindsman. Verlinden: ‘Elk kind heeft recht op identiteit. Dat betekent ook het recht om je biologische afkomst te kennen.’
Met de komst van de wet op de medisch begeleide voortplanting in 2007, werd gepoogd een einde te maken aan schimmige fertiliteitspraktijken uit de jaren ‘80. Er werden – terecht – eisen en voorwaarden gesteld aan donoren, wensouders en artsen die meewerkten aan medisch begeleide voortplanting. Maar er werd op dat ogenblik ook gekozen voor een model waarin donoren anoniem bleven. Voor veel donorkinderen heeft die keuze echter een keerzijde gehad. Zij zijn opgegroeid met vragen over hun afkomst waarop nooit een antwoord kon worden gegeven. Dat leidde bij sommigen tot blijvende onzekerheid en soms ook tot lange zoektochten. Niet zelden stootten zij daarbij op onbegrip.
Kind centraal
De ministers stellen bewust de leeftijd van 12 jaar voor omdat kinderen op die leeftijd meer juridische autonomie verkrijgen. Zo kunnen zij alleen verhoord worden binnen de jeugdhulp of de familierechtbank. Ze hebben vanaf die leeftijd ook hun identiteitskaart.
De opheffing van de anonimiteit zet het recht van het kind centraal. Kinderen die via donatie zijn verwekt, hebben recht op kennis van hun biologische afkomst. De kinderen worden omringd door begeleiding en zorgen tijdens dergelijke trajecten.
De rechten van het kind zullen eveneens worden gewaarborgd door het feit dat een afgevaardigde van de Nationale Commissie voor de Rechten van het Kind mee deel zal uitmaken van het Instituut voor Donorgegevens.
Overgangsperiode
De nieuwe regels gelden volledig voor donaties vanaf de inwerkingtreding van de wet. Voor materiaal dat in het verleden anoniem werd gedoneerd, blijft de bestaande bescherming van donoren behouden. Er komt een overgangsperiode van 6 maanden waarin fertiliteitscentra het resterende anonieme materiaal dat nog voorradig is mogen gebruiken, behalve wanneer de donor vrijwillig beslist om zijn identiteit te delen.
Nadien mag anoniem materiaal niet langer worden ingezet, behalve in uitzonderlijke situaties zoals bij genetische broertjes of zusjes of lopende behandelingen.
Fertiliteitscentra moeten in deze overgangsperiode ook alle historische gegevens opladen in het aangepaste Centraal Register. Zo kunnen de gegevens gebruikt worden om verwantschap tussen halfbroers en halfzussen in kaart te brengen. Wanneer een donor uit het verleden beslist om uit de anonimiteit te treden, worden de gegevens in het Centraal Register geregistreerd. Dan krijgen donorkinderen toegang tot alle beschikbare en verifieerbare informatie.

0 Comments