Wij hebben gedoneerd omdat we dachten dat we wat goeds deden voor anderen. En die overtuiging is er nog steeds bij de meeste donoren. Donoren willen dat het goed gaat met hun nakomelingen en vinden het terecht dat die nakomelingen de mogelijkheid hebben om vragen over herkomst, eigenschappen en motivatie van de donor beantwoord te krijgen.
Echter, het aantal misstanden dat zich in de afgelopen jaren openbaarde, is geen vergissing of ongelukje. Dit is een patroon. Daarom verlangt platform Priamos nadrukkelijk een grondig onderzoek naar conceptie met behulp van donorzaad. Voorman Michiel Aten licht dit toe.
Lees ook het artikel in Trouw van vandaag met Michiel Aten en voorzitter Ties van der Meer van Stichting Donorkind
Tegenwoordig brengt DNA-onderzoek veel aan het licht wat blijkbaar niet bekend mocht worden. Nog steeds buitelen misstanden binnen fertiliteitsklinieken over elkaar. Ook de afgelopen maand – en eerder deze week – weer. De conclusie is gerechtvaardigd dat het niet meer om incidenten gaat, maar om een patroon.
Malversaties
Een patroon van enerzijds mensen met een kinderwens te willen helpen. Anderzijds een sterke drijfveer om gemaakte afspraken, wetten en regels te overschrijden. Kennelijk was de verwachting dat malversaties toch niet zichtbaar zouden worden. Daarnaast hebben wij sterk de indruk dat er grote financiële voordelen zijn om donorconceptie grootschalig toe te passen.
Om een paar recente voorbeelden te noemen:
- Kliniek Bijdorp in Barendrecht: veel kinderen van dezelfde donor. En: alle dossiers zijn vernietigd. Nakomelingen kunnen alleen via DNA-onderzoek achterhalen van welke donorvader zij afstammen.
- Meerdere donoren hebben gedoneerd bij meerdere centra met als gevolg tientallen tot honderden kinderen van één donor via deze klinieken.
- Kliniek Medisch Centrum Kinderwens gebruikte heel veel donoren veel vaker dan afgesproken. Met name in de periode van ongeveer 2004 tot 2017, dus na de invoering van de Wet Donorgegevens Kunstmatige Bevruchting. Ook werd tegen afspraken in, het sperma gebruikt in het buitenland. Met als gevolg dat donoren zich nu verplicht voelen om op reis te gaan en hun nakomelingen daar te ontmoeten. Afgelopen maandag bleek dat MCK de inspectie geregeld heeft voorgelogen over hun handelen.
- Rijnstate Ziekenhuis in Arnhem heeft donoren veel vaker gebruikt dan was afgesproken en toegestaan. Het sperma werd ook naar andere klinieken opgestuurd zonder dat dit duidelijk in de dossiers werd vastgelegd. Daarnaast bleek dat sperma voor IVF van een echtpaar was ingevroren, en zonder hun toestemming ook werd gebruikt als donorzaad.
- Veel gynaecologen die aan wensouders beloofden om donorzaad te gebruiken, hebben eigen sperma gebruikt. Bij name zijn nu bekend: Wildschut in Zwolle, Schmoutziguer in Arnhem, Beek in Leiderdorp, Nagel in ’s-Hertogenbosch, Ruis bij kliniek Nij Geertgen, Karbaat bij kliniek Bijdorp. Wij weten dat er nog veel meer artsen hebben gedoneerd, maar de nakomelingen willen niet in de bekendheid komen. Bij de voorganger van Medisch Centrum Kinderwens, St. Centrum Geboorteregeling in Leiden, heeft een laboratoriummedewerker gedoneerd.
- In het Acadamisch Ziekenhuis Leiden, nu LUMC, zijn dossiers kwijtgeraakt en donoren te vaak gebruikt of niet te achterhalen.
Er zijn geen andere cijfers dan de inventarisatie die Stichting Donorkind in 2022 heeft gedaan. Bij alle klinieken is voorgekomen dat ouders dachten twee kinderen van dezelfde donor te krijgen, maar dit niet kregen. Dus bij alle klinieken zijn er wel misstanden geconstateerd. In de cijfers van de inventarisatie is in 70% iets anders gedaan dan dat de arts beloofde.
Hoe schril is het contract met de nationale veeteelt? Kunstmatige inseminatie wordt in de veeteelt op een onvergelijkbaar grotere schaal toegepast — vermoedelijk duizend keer zo vaak — maar leidt daar tot aanzienlijk minder misstanden. In de veeteelt worden gegevens bijgehouden in een centrale database, worden inspecties onaangekondigd uitgevoerd en worden overtredingen onmiddellijk beboet. Waarom ontbreekt deze handelswijze als het over mensen gaat?
Extra druk
Vanuit persoonlijke ervaringen hebben donoren gekozen om donor te worden. Vaak omdat zij ongewenste kinderloosheid in eigen kring meemaakten. Daardoor weten wij als donor ook maar al te goed, hoe ver mensen kunnen gaan in hun wens om een kind te krijgen. Mensen zijn bereid om grote financiële offers te brengen bij hun kinderwens.
Ook wordt de wens dermate groot, dat de vraag of deze mensen allemaal wel zulke goede ouders zijn, te gemakkelijk genegeerd. Wij hebben niet de indruk dat klinieken genoeg op de rem hebben gestaan als daar aanleiding voor was. Het valt donoren op, dat veel donorkinderen opgroeien met ouders die gescheiden zijn. Wij hebben de indruk dat donorconceptie op de lange duur extra druk op de relatie zet. Ook hebben wij geregeld de indruk dat de wensouders niet altijd zulke goede opvoeders zijn, ondanks hun grote kinderwens.
Daarnaast zien wij dat nakomelingen van dezelfde donor ook dezelfde aanleg en belangstelling hebben. Vaker dan verwacht, komen donorkinderen van dezelfde donor elkaar tegen bij de opleiding of hobby. Donoren maken zich zorgen over het feit dat onbedoeld relaties ontstaan tussen mensen die niet weten halfbroer en -zus te zijn. Cosanguïniteit (=bloedverwantschap) van een stel met kinderwens is een reëel risico bij onze nakomelingen.
Diepgaand onderzoek
Priamos stelt vast dat de klinieken die zich bezighouden met donorconceptie, zich niet hebben gehouden aan de regelgeving en afspraken met de donoren en wensouders. Hierdoor zijn er de afgelopen jaren veel schandalen aan het licht gekomen. Priamos wil daarom dat er een diepgaand onderzoek komt naar donorconceptie waarin de volgende drie vragen centraal komen te staan.
- Welke misstanden zijn er bij de klinieken onontdekt gebleven?
- Hebben de ouders hun kinderen ingelicht over hun ontstaansgeschiedenis?
- Wat is de betekenis van donorconceptie op het leven van het donorkind?
Welke misstanden zijn er bij de klinieken onontdekt gebleven?
Tot nu toe zijn de meeste ontdekkingen gedaan door donorkinderen, donoren of journalisten, die naar buiten komen in de pers met hun verhaal. Een uitzondering hierop is de zaak van het LUMC, die kwam zelf naar buiten met de problemen en de zaak van de overschrijdingen van het aantal nakomelingen per donor, dat door de minister werd gepubliceerd in april 2025. Het is naar onze mening de taak van de overheid om in deze sector van de gezondheidszorg, waar al zoveel fout is gegaan, de regie te nemen en alles goed te onderzoeken. Vragen die daarbij horen zijn:
– welke artsen en andere medewerkers van klinieken hebben ook gedoneerd?
– zijn alle archieven nu wel op orde?
– is het niet beter om alle archieven m.b.t. donorconceptie centraal op te slaan? Bijvoorbeeld bij het CDKB?
– worden gegevens lang genoeg opgeslagen om ook in de toekomst de genetische afkomst te vinden voor donorkinderen en hun nageslacht?
– is er voldoende onderzoek geweest naar de capaciteiten van de toekomstige ouders?
Hebben de ouders hun kinderen ingelicht over hun ontstaansgeschiedenis?
Zijn alle donorkinderen ingelicht over hun achtergrond, geërfde aanleg en de kans op cosanguïniteit bij een relatie? Is het mogelijk dat de overheid op één of andere manier druk uitoefent om de ouders te verplichten hun kinderen hierover voor te lichten? Kennis van afstamming en familie zijn onderdeel van het VN-verdrag inzake de Rechten van het Kind. Zie hiervoor art. 8 en 9 over verkrijgen en behoud van identiteit en contact met beide ouders en familie. Daarnaast is kennis over afkomst ook belangrijk voor de gezondheid (i.v.m aanleg voor bepaalde aandoeningen).
Wat is de betekenis van donorconceptie op het leven van het donorkind?
Donorkinderen worden geboren omdat de ouders een kind willen. Er is nog nooit een echt goed onderzoek gedaan naar de betekenis van dit medische handelen. De commissie Kremer schrijft in haar rapport over KID in Rijnstate dat donorconceptie vergaande gevolgen heeft, o.m.: medisch, maatschappelijk, ethisch en existentieel. Wij onderschrijven deze beschrijving van de complexe zaak die donorconceptie uiteindelijk is. Ook wij zien vragen van identiteit, medische achtergrond en existentie in het contact met onze donorkinderen.
Op dit moment gebeurt donorconceptie in meerderheid (ca. 70%) m.b.v. buitenlands sperma. Donoren zullen niet of moeizaam te vinden zijn, is onze verwachting. Contact tussen donorkind en donor zal sowieso ingewikkeld worden door verschillen in taal en cultuur.
Al met al veel ongewenste situaties. De ernst van dit alles is dat we hier spreken over het allerbelangrijkste; namelijk het leven van een nieuw mens. Met alle consequenties van dien. Intermenselijk, erfelijkheidstechnisch en medisch/ethisch.
Het is ondubbelzinnig gebleken dat er enorme lichtzinnigheid heerst betreffende de nadelen en gevaren. We vinden dat dit nu eens onvoorwaardelijk goed in beeld moet worden gebracht. Zodat bestuur (politiek) bijgevolg passende wetgeving kan inrichten.

0 Comments